Landrot

Zaterdagochtend 24 november was het dan zover. Voor dag en dauw uit bed om ver voor achten in de auto naar de jachthaven te rijden. Vandaag gaat Bolster naar de werkplaats voor de werkzaamheden aan de kuip. Het ijs stond op de steiger, de gangboorden en het dak. Ook het tentje was stijfbevroren. Een koud klusje dus, vooral het uitkloppen van de bevroren tent. Gelukkig kwam de mercedes na het gloeien in één keer op gang. Met half bevroren vingers werd het tentje opgeruimd en werden de trossen los gegooid. Het was erg mistig en vooral ook erg windstil, dus Bolster liet zich eenvoudig naar de kraan loodsen.

Mist in DNZVolgende stap was de mast plat en het staand en lopend want van de boot afhalen.  Met de lier en de bokkenpoot  was dat ook redelijk goed te doen, de koude vingers waren eigenlijk de enige complicerende factor.Toen dat eenmaal was gebeurd moest de mast eraf. Normaal doen we dat even met twee man maar vandaag werd dat even met de kraan gedaan. De 9 meter lange paal werd vakkundig opgepakt en op de mastenkar gelegd, waarna de mast naar de droge overwinteringsplek gebracht kon worden. Dit doen we omdat vorig jaar (mast plat, buiten) de mast niet droog genoeg bleek om goed te schilderen, dus dat moet dit seizoen dunnetjes over.

En dan komt het altijd spannende moment van het uit het water tillen van de boot. Hoe heeft de nieuwe epoxycoating van het onderwaterschip gehouden? Hoeveel aangroei zit er op ? Gaat alles goed met het hijsen ? Voor de booteigenaar natuurlijk allemaal heel spannend, de havenmeester weet wel beter. Geroutineerd wordt de boot opgetild en boven het droge gedraaid. De aangroei lijkt erg mee te vallen maar door de zwarte onderkant laat dat zich ook niet goed zien. Bij het afspuiten lijkt er toch nog wel het een en ander op de zitten. Gelukkig spuiten we nu de coating er niet af, hetgeen de laatste keer wel gebeurde.

Terwijl ik nog bezig ben met het schoonspuiten van Bolster arriveert de trekker/kar combinatie ook mooi op tijd.  We rijden de kar met het handje op de goede plek en na een paar keer steken staat de kar op de goede plek onder de kraan. Langzaam laten we Bolster zakken en worden er passende steunen voor de kielbalk gezocht en de stempels goed gezet. Het past allemaal net. Omdat we de kraan weer vrij moeten maken voor de volgende patiënt rijden we met de kar verder het terrein op om de voorbereiding voor de reis voort te zetten.

De helmstok moet er nog af, de stootwillen binnenboord, de zwaarden opgehaald en vooral moeten er sjorbanden omheen zodat de boel niet gaat schuiven. Dat is een precies werkje en dat kost ook de nodige tijd. Ook ruim ik het interieur op zodat deze ook bestand is tegen de reis zonder dat er allerlei zaken op de grond vallen. Achteraf valt dat allemaal wel mee want we zijn over een goede weg met een ultiem slakkengangetje gereden.  Rond de middag rijden we dan weg uit de haven. Omdat het nog steeds enorm mistig is besluiten we er als een volgwagen achter te rijden met knipperlichtjes.

Een half uur later arriveren we bij de plek van bestemming en zetten we voor de laatste keer het tentje er weer op. Binnen in de loods staat nog het nodige in de weg en dat zal eerst worden verplaatst voordat onze schouw een plekje binnen krijgt. In januari verwachten we te beginnen met de werkzaamheden aan de kuip. Tot die tijd kunnen we zelf ook werken aan het schip hoewel dat wel redelijk beperkt zal zijn vanwege drukke bezigheden elders. Het lijkt er op dat het onderhoud dit jaar erg meevalt ten opzichte van vorig seizoen. Dat is maar goed ook want de nieuwe kuip zal ook nog wel de nodige aandacht vragen van ons want het schilderwerk willen we eigenlijk zelf gaan uitvoeren. En we moeten nog een timmervakman met scheepvaart genen vinden die voor een schappelijke prijs met de houtwerk aan de slag wil.